
Een groeiend aantal bedrijven ziet in dat het onvoldoende is om te denken in termen van winst en rendementen en dat het sturen van kasstromen ook van groot belang is voor de continuïteit van het bedrijf. De nadruk binnen organisaties verschuift van winstdenken naar kasstroomdenken; er wordt cashmanagement ingevoerd, vaak als onderdeel van de treasury.
De cashmanager / treasurer zorgt onder andere voor deze centrale sturing van kasstromen (daadwerkelijke geldstromen, m.a.w. kostenposten als afschrijvingen komen hier niet in voor, aanschaf van kapitaalsgoederen weer wel).
Het inzichtelijk maken van nabije geldstromen is moeilijker dan het lijkt. Vele kleine uitgaven zijn samen namelijk toch groot. Dit in kaart brengen vereist inzicht in de organisatie met haar geldstromen en vooral ook interne, vaak nog niet geformaliseerde, informatiebronnen om de grootste posten boven water te krijgen. Door de kasstromen vanuit een centraal oogpunt te bekijken is het mogelijk met risico's, die ontstaan gedurende de uitvoering, op structurele wijze rekening te houden.
De behaalde resultaten van de cash manager zijn afhankelijk van de tijdigheid en kwaliteit van de informatievoorziening door de werkmaatschappij / afdelingen aan de cash manager. Als tegenprestatie voor de informatievoorziening ondersteunt de cash manager de werkmaatschappijen / afdelingen met adviezen en scherpe tarieven.
Er is een sterke samenhang tussen de geldstromen en de goederenstromen.
Het aanschaffen van grondstoffen / halffabrikaten / productiemiddelen leidt tot uitgaande geldstromen. De verkoop van halffabrikaten / gereed product leidt tot ingaande geldstromen. Teneinde deze geldstromen optimaal te laten verlopen wordt er geld aangetrokken (ingaande geldstroom) of uitgezet (uitgaande geldstroom)
De drie hoofddoelstellingen van cashmanagement zijn:
1.) het minimaliseren van kosten cq. het maximaliseren van opbrengsten. Dit gebeurt door de kasstromen zo goed mogelijk in te schatten, waardoor er noch teveel geld geleend moet worden, noch te weinig geld uitgezet zal worden. Het cashmanagement omvat alle activiteiten die verband houden met de optimalisatie van financiële stromen tussen de onderneming (bijvoorbeeld intercompany geldstromen), de bank (bijvoorbeeld bankselectie, betalingsinstrumenten) en derden (bijvoorbeeld lagging (vertragen van betalingen) en leading (versnellen van ontvangst)).
2.) risico’s beheersen:
Valutarisico Het valutarisico betreft het risico van veranderingen in de verlies- en winstrekening of de balans door een mutatie van een valuta. Dit kan betrekking hebben op een valuta waar men in handelt of waarin een concurrent handelt.
Renterisico - Renterisico houdt in dat door veranderingen in de rentestand het resultaat van een onderneming verandert.
Debiteurenrisico / Kredietrisico - Het risico dat de tegenpartij of de bank van de tegenpartij niet aan haar contractuele verplichtingen kan voldoen.
Liquiditeitsrisico - Liquiditeitsrisico is het risico dat men over onvoldoende liquide middelen / op korte termijn liquide te maken middelen beschikt om aan de directe verplichtingen te voldoen. Het risico hangt in praktijk sterk samen met de solvabiliteit van een onderneming, maar dat hoeft niet.
3.) het optimaliseren van balansposities
Denk hierbij aan het optimaliseren van de vlottende activa en het kort en in mindere mate lang vreemd vermogen
Cashmanagement in uw organisatie
De positie van het cashmanagement is in veel bedrijven een punt van discussie.
Is het cashmanagement een cost center of een profit center? Indien het cashmanagement als een cost center wordt gezien, zullen er veelal posities worden afgedekt op het moment dat het aan de orde is. Indien het cashmanagement wordt gezien als profit center wordt er beter en verder vooruit gekeken. Samen met rente- en valuta-instrumenten kan er meer verdiend worden dan dat het gaat kosten.
Wordt het cashmanagement centraal of decentraal georganiseerd? Dit hangt af van de visie van het management alsmede van de grootte van de organisatie. Bij kleinere organisaties is het snel centraal. Bij grotere bedrijven functioneert het cashmanagement als intermediair tussen de werkmaatschappijen binnen de organisatie en de verschaffers van kort vermogen op de geldmarkt. Om goed te functioneren zou dit centraal binnen de organisatie gestationeerd moeten worden.
De voordelen van gecentraliseerd cash management zijn:
- bundeling van kennis en ervaring bij het cash management, hetgeen de organisatie een krachtiger positie verschaft richting geldverschaffers.
- matching van financiële posities en geldstromen, waardoor er een vorm van in-house banking ontstaat.
- de beheersbaarheid van financiële posities wordt vergroot.
- saldering van kassen en valuta’s.
De nadelen van gecentraliseerd cashmanagement zijn:
- het centrale cashmanagement is de monopolist ten aanzien van de dochters. Dit neemt bij zowel de dochters als de cashmanager de scherpte weg.
- afnemende aandacht voor de rente-effecten van externe betalingen en ontvangsten bij de dochters. Minder mogelijkheden tot bijvoorbeeld lagging en leading;
- minder kennis bij het centrale cashmanagement van de lokale betalingsgewoontes.

|