Wat is investeringsmanagement?
Een investering is een opoffering in tijd of geld ten behoeve van een doel dat pas op lange termijn wordt behaald. In de bedrijfseconomie spreekt men van een investering en niet van kosten als het doel pas op lange termijn (>1 jaar) behaald wordt. Dit staat op de balans als vaste activa. Voorbeelden zijn, machines, gebouwen en transportmiddelen.
Investeringsmanagement houdt zich bezig met investeringsberekeningen. De meest gebruikte methodieken hierbij zijn:
- contante waarde berekeningen op basis van cashflows
- beslissingsbomen
- rentabiliteit
Contante waarde berekeningen
De contante waarde is het tegenovergestelde van de toekomstige waarde. De toekomstige waarde is de waarde van 1 euro nu, over een x aantal jaren. Het bekendste voorbeeld hiervan is de rente die over spaarrekeningen worden ontvangen. Elke tijdsperiode wordt er een stukje interest bij het bedrag opgeteld, vandaar dat dit ook wel oprenten wordt genoemd.
In formule K * (1+i)t.
Waarbij:
K = kapitaal
i = intrest
t = tijd
In schema ziet dit er als volgt uit.
Bij de contante waarde gaan we van het gegeven uit hoeveel je nu op de bank moet wegzetten om over een x aantal jaren 1 euro te ontvangen. Elke extra tijdseenheid dat de ontvangst in de toekomst ligt, wordt er een deel interest van het bedrag afgehaald, vandaar dat dit ook wel afrenten genoemd wordt.
In formule: K / (1+i)t
In schema ziet dat er als volgt uit:
Als een organisatie nu een investering wil doen, wil ze daar ook wat aan gaan verdienen. De verdiensten worden dan van de toekomst naar het heden gehaald en afgezet tegen de gemaakte kosten. Beide cashflows, worden derhalve contant gemaakt. In formule:
CFt = (PIt – Pot)
Waarbij:
CF = Cashflow
PI = contante waarde cashflow in
PO = contante waarde cashflow uit.
Echter, we hebben te maken met de belastingen. Hierbij worden inkomsten belast, terwijl de kosten voor een negatieve saldo zorgen. Verder worden investeringen daarbij qua kosten in de tijd door voorschriften voor wat betreft afschrijvingen. Dit compliceert de formule tot:
CFt = (PIt – Pot - Dt)(1 – Tc) + Dt
Waarbij:
Dt = Afschrijving
Tc = Belastingtarief
Het wordt pas echt lastig als we beseffen dat de rente verschilt over de tijdseenheden. Welk percentage moeten we hiervoor gebruiken? Dit is typisch een vraag voor de treasurer. Enerzijds is er een korte rente versus een lange rente en anderzijds is er het eigen vermogen versus vreemd vermogen. Dit wordt door verscheidene organisaties opgelost door een rendement te stellen dat gehaald dient te worden. Bijvoorbeeld een rendement van 10 %. Dit rendement wordt dan in de plaats van i gezet.
Beslissingsbomen
Het pad tot het aangaan van een investering kent vele wegen, bijvoorbeeld een aantal testfases. Deze wegen kunnen in een beslissingsboom worden gezet. Elke nieuwe tak van de beslissingsboom is een go – no go moment. Bij elke tak wordt de contante waarde berekent met inbegrip van de nog te maken kosten voor de volgende takken.
Voorbeeld van een mogelijke beslissingsboom.
Samenhang
Investeren is verwant aan beleggen, maar niet hetzelfde. Beleggen is het aanschaffen van financiële waarden die relatief eenvoudig te verhandelen zijn zoals vreemd geld, aandelen en obligaties en daarom onder de vlottende activa vallen.
Aangezien de investeringen vaste activa zijn die gefinancierd dienen te worden (met lang of kort vreemd vermogen of eigen vermogen) valt dit tevens onder de treasury. De treasury levert een aantal parameters aan voor de toekomst, bijvoorbeeld de rente- en valuta verwachting.
Doordat investeren een van de hoofdpijlers is waar de organisatie haar bestaansrecht aan dankt, is risicomanagement hier duidelijk gewenst. Een aspect van risicomanagement dat hierop vaak wordt toegepast is de ALM-studie, die de risico’s berekent op basis van verscheidene scenario’s. (zie verder)