Het geven van een lange of korte termijn bestemming aan besparingen met het doel in de toekomst financieel voordeel te behalen, dit onder aanvaarding van de kans dat het beleggingsresultaat mee- of tegenvalt. Het beleggen wordt ook wel omschreven als het opgeven van bepaalde zekere bedragen in ruil voor onzekere inkomsten in de toekomst.
Iedereen is in de praktijk direct of indirect (bijv. pensioen) belegger. Al maakt men veelal een onderscheid tussen sparen en beleggen, in feite heeft men het over vrijwel hetzelfde: we zetten geld uit tegen een vergoeding en lopen daarbij risico.
Zelfs bij een spaartegoed waarbij men ervan uit gaat minimaal het ingelegde geld terug te krijgen, loopt men risico. Dit is in 2008 duidelijk geworden bij de spaarders van de IJslandse bank Icesave.
Beleggen kan in verscheidene beleggingscategorien (ook wel assets genaamd):
- termijndeposito’
- effecten
- onroerend goed
- onderhandse leningen
- hypothecaire leningen
- edele metalen
- kunstvoorwerpen en antiek
- commodities
De belegger die hierin belegt loopt een beleggingsrisico, dit is de kans dat het verwachte rendement van een belegging afwijkt van het werkelijke rendement. Bij het beleggingsrisico hebben we het over verscheidene risico’s te weten:
- koopkrachtrisico: kun je er in de toekomst nog net zo veel mee
- renterisico
- valutarisico
- beursrisico
- debiteurenrisico: kan diegene die het geld leent de lening terugbetalen
- liquiditeitenrisico: is de belegging snel en tegen een acceptabele prijs om te zetten in geld
Elk beleggingscategorie heeft een ander beleggingsrisico. Zo is bijvoorbeeld een deposito makkelijker liquide te maken dan onroerend goed.
Onder vermogensbeheer ook wel asset management genoemd, wordt verstaan het beheer van vermogens voor derden, door daarin gespecialiseerde organisaties of personen. Hierbij gaat het initiatief tot aan- en / of verkoop uit van de vermogensbeheerder. De activiteiten zijn gericht op het in stand houden van het vermogen en of het behalen van het nagestreefde resultaat. Dit nagestreefde resultaat kan bijvoorbeeld het volgen of verslaan van een bepaalde index (bijvoorbeeld de AEX) zijn met X %. Naarmate X hoger is zal conform het Capital Asset Pricing Modelhet genomen risico hoger zijn.
Er zijn twee klantengroepen van de vermogensbeheer namelijk de particulier of een organisatie (bijvoorbeeld, pensioenfonds, verzekeraar)
Bij individueel vermogensbeheer wordt door een persoon een vermogen aan een beheerder ter belegging toevertrouwd. Aangezien de vermogensbeheerder het specifieke risico van een individueel aandeel zal wegdiversificeren, zal de aandelenportefeuille over verscheidene aandelen gespreid worden. Wil dit een beetje lucratief kunnen zijn is er een substantiele hoeveelheid vermogen nodig. Elke beheerder hanteert eigen minimum-bedragen, doch een ondergrens van EUR 100.000 is gebruikelijk.
Bij lagere bedragen kan de particulier die het vermogen wil laten beheren beter kiezen uit diverse beleggingsfondsen.
Bij vermogensbeheer voor organisaties worden twee vormen onderscheiden.
- De voornoemde door vermogensbeheerders beheerde beleggingfondsen. Het voordeel is hier gelegen in de schaalgrootte: de kosten van het beheer, die tot op zekere hoogte onafhankelijk zijn van de omvang van het beheerde vermogen, kunnen worden omgeslagen over een veel groter vermogen. De individuele deelnemer kan echter reeds met betrekkelijk kleine bedragen deelnemen en toch een goed gediversificeerde portefeuille hebben.
- Anderzijds wordt vanuit bedrijfsactiviteiten opgebouwde vermogen beheerd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een pensioenfonds. De deelnemers aan het pensioenfonds brengen het vermogen bijeen waaruit de pensioenen betaald worden. De deelnemers hebben echter geen (individuele) invloed op de wijze waarop dat vermogen beheerd wordt. Wel is de beheerder van een dergelijk vermogen gebonden aan richtlijnen omtrent de wijze waarop hij mag beleggen, bijvoorbeeld ethisch beleggen.
Institutionele beleggers kunnen het vermogensbeheer laten uitvoeren door een eigen vermogensbeheerder, of kunnen dat geheel of gedeeltelijk uitbesteden aan externe vermogensbeheerders.
De gebruikelijke gang van zaken is dat eerst door vermogensbeheerder en opdrachtgever wordt vastgesteld wat het doel van het beheer is.
In een dergelijk overleg wordt onder andere het volgende besproken:
- de risicotolerantie van de opdrachtgever. (Hoe erg is het als er over enig jaar een negatief rendement wordt behaald?) Daaruit komt een beleggingsprofiel te voorschijn: een aanduiding van ‘het type belegger’. Het beleggingsprofiel varieert van “zeer defensief” tot “zeer offensief”. De defensieve belegger zal een klein risico willen lopen en zal daarvoor genoegen moeten nemen met een kleinere kans op een hoger rendement. De portefeuille bevat relatief meer deposito’s en (staats-) obligaties. De offensieve belegger zal tegenover een grotere kans op een hoger rendement bereid moeten zijn een duidelijk grotere kans op het verliezen van een deel van zijn investering te accepteren. In zijn portefeuille komen relatief meer aandelen voor.
- de persoonlijke omstandigheden van de opdrachtgever (bijv. pensioenfonds of pot voor studerende kinderen)
- fiscale zaken
Het proces van vermogensbeheer
Naar aanleiding van het gesprek wordt er een asset-mix opgesteld, dit is ‘verdeling’ van het te beleggen vermogen in beleggingscategorien, bijvoorbeeld ‘25% aandelen / 70% obligaties / 5 % edele metalen’.
Deze asset-mix wordt dan verder uitgewerkt, bijvoorbeeld naar een door een ratingsagency gegeven minimum obligatierating of naar sectoren.
Er worden afspraken gemaakt omtrent de mate van zelfstandigheid van de vermogensbeheerder, omtrent welke transacties moet hij eerst de opdrachtgever raadplegen (gebeurd vaak bij derivatentransacties) en wat hij zelfstandig mag doen. Voorts worden er afspraken gemaakt over de inhoud en frequentie van de rapportages.
Tot slot worden een of meerdere benchmarks vastgesteld alsmede de performance ten opzichte van deze benchmarks, teneinde de resultaten van de beheerder te meten ten opzichte van andere beheerders, de vooraf gestelde verwachtingen en de uiteindelijke resultaten.
De resultaten worden vastgelegd door beide partijen. Het geheel van afspraken tussen cliënt en vermogensbeheerder staat (met name bij institutioneel vermogensbeheer) bekend als “het mandaat”.
Bij beleggingsfondsen is die informatie in de financiele bijsluiter van het betreffende beleggingsfonds opgenomen. In de financiele bijsluiter zal tevens vermeld zijn voor welk beleggersprofiel een bepaald fonds wel of niet geschikt is.
Bij externe vermogensbeheerders wordt hier door de opdrachtgever en de beheerder over onderhandeld.
Een typische vermogensbeheer-organisatie heeft in ieder geval de volgende functies:
- research: verzamelt en interpreteert informatie omtrent macro-economische en meso-economische ontwikkelingen
- front-office: verricht de aan- en verkoopactiviteiten en onderhandelt daartoe met commissionairs en dergelijke partijen
- back-office: doet de administratieve afhandeling van de transacties
- risk-management: stelt de rapportages op en bewaakt en controleert het afgegeven mandaat
In veel gevallen vindt er periodiek overleg plaats (bijvoorbeeld in beleggingscommissie of treasury-overleg of als onderdeel van de bespreking in het Management Team), waarin de resultaten van het gevoerde beleid worden besproken en het beleid voor de komende periode wordt vastgesteld.
Het toezicht op vermogensbeheerders vindt op diverse niveaus plaats.
- Een toenemend aantal Nederlandse financiële instellingen en hun werknemers (vermogensbeheerders, adviseurs en handelaren) is geregistreerd bij het >Dutch Securities Institute (DSI) en is daarmee onderworpen aan de tuchtrechtspraak van het DSI.
- Voorts kunnen consumenten van financiële diensten zich wenden tot het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening, dat vanaf 1 april 2007 een aantal taken van het DSI heeft overgenomen.
- De Ombudsman van het Kifid (en in tweede instantie de Geschillencommissie) kan bij wege van bindend advies uitspraak doen over geschillen tussen consumenten en financiële instellingen.
Er is een sterke samenhang met cashmanagement. Cashmanagement gaat over de liquide middelen. Een goed plan voor de vermogensbeheer houdt rekening met de liquiditeit van nu en in de toekomst. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het periodiek vrij laten vallen van leningen die geconsumeerd kunnen worden door een pensionaris.
Samenhang treasury
Vermogensbeheer is een van de onderdelen van treasury, samen met cashmanagement, investeringsmanagement en rente- en valuta management.
|